Natuurlijk willen we groene oplossingen. Maar vooral willen we voldoende en veilig voedsel. Dit is een vaststelling die niet alleen gedragen wordt door boeren en tuinders maar dit zou een maatschappelijk statement moeten zijn. En er zijn al veel stappen gezet. Naar minder middelen, minder schadelijke middelen en naar groene producten of eigenlijk veel breder: naar groene oplossingen. En in die groene oplossingen zit nog een grote uitdaging.

Effectiviteit
De situatie is als volgt: alleen als er een toelating is van het CTGB mag een bestrijdingseffectiviteit worden geclaimd, of producten nu groen zijn of niet. Groene producten in de vorm van biostimulanten, plantversterkers of bodemverbeteraars mogen nooit gekoppeld worden aan een werking tegen een ziekte of een plaag als er geen toelating is. 
De consequentie is dat er producten op de markt zijn zonder CTGB toelating die een effect hebben op de weerbaarheid of het zelf herstellend vermogen van planten waar niet over gecommuniceerd mag worden. Deze producten worden aangeboden als uitvloeier of meststof die in de praktijk getoetst moeten worden.

Ambitie
Een U-bocht situatie veroorzaakt door achterblijvende wetgeving. Nu sluit wetgeving per definitie niet aan bij innovaties omdat wetgeving altijd achterloopt op maatschappelijke ontwikkelingen. Maar in de situatie van biostimulanten is er een groot gat tussen ambitie en uitvoering. De ambitie van de overheid als vertegenwoordiger van de maatschappij, wordt verwoord door de minister van landbouw. In de eerste zin van haar ambitiedocument staat: “In 2030 zijn planten en teeltsystemen beter bestand tegen ziekten en plagen”. Deze ambitie om met de sector naar een weerbaar teeltsysteem te schakelen, wordt breed onderschreven door belangenorganisaties als LTO, Nefyto, Artemis en Agrodis. In de route naar 2030 zouden we alles moeten kunnen inzetten om die ambitie te realiseren. Echter dat kan niet. Groene oplossingen aanbieden om planten te versterken zodat ze beter tegen schimmels en insecten bestand zijn mag niet zolang deze producten geen toelating op bestrijding hebben. De toelating voor bestrijdingsmiddelen is feitelijk ingericht voor chemisch geproduceerde stoffen.

Pioniers
Uiteraard moeten stoffen getoetst worden op schadelijkheid voor de volksgezondheid en effect op het milieu. Dat is de maatschappelijke verantwoording die de agrarische sector moet nemen. Maar de toets zoals die nu in de wetgeving staat is te zwaar voor de stoffen die noodzakelijk zijn voor vergroening. En de toets remt de innovatie want groene producten worden nu weliswaar beperkt in de praktijk toegepast maar kunnen niet worden onderzocht en vergeleken omdat er geen claim op werking mag worden gelegd. Dat zet de ontwikkelingen op de rem en daarmee ook het ondernemerschap en bijbehorende pioniersdrift waar de Nederlandse landbouw in uitblinkt. Een aantal pioniers in groene producten hebben onlangs de koppen bij elkaar gestoken om te werken aan betrouwbaar aanbod van producten met ruimte voor het echte verhaal op basis van gedegen onderzoek. De bedrijven PlantoSys, Pireco, Crehumus, Jadis Agri en Aleomenno zijn bereid om te bewijzen dat hun producten plantversterkend werken en willen graag voorstellen doen voor de kaders van nieuwe wetgeving en nieuwe toets methodes.

De ambitie om te komen tot weerbare planten en weerbare teeltsystemen heeft pioniers en ondernemerschap nodig om oplossingen te bedenken. Zonder schade voor de volksgezondheid en zonder schade voor het milieu werken aan groene oplossingen. De uitdaging voor vergroening zit zeker bij de agrarische sector maar ook wetgeving hoort daar bij aan te sluiten.

Ulko Stoll

Deel dit bericht