De aanwezigheid van koolgalmug verschilt per perceel. Dat is de eerste les bij de intensieve monitoring van koolgalmug. De intensieve koolgalmugmonitoring is dit jaar opgestart als noodzakelijke maatregel voor de inzet van contactmiddelen tegen de koolgalmug.
Contact
Tot 2025 werd de koolgalmug bestreden met het systemisch middel Movento (spirotetramat). Dit middel zorgde voor werking met een effectieve bestrijding van de koolgalmug. Vanaf 2026 leunt de bestrijding op de inzet van een combinatie van contactmiddel Neudosan en een Pyrethroïden. Een contactmiddel werkt door contact met het insect. Tijdens de bespuiting moet het insect aanwezig zijn in de kool. Alleen door het raken is er een werking op reductie van de koolgalmuggen. De muggen moeten aanwezig zijn. En juist om die aanwezigheid te volgen is de intensieve monitoring opgezet.
Intensief
De intensieve monitoring in 2026 vindt plaats op ca 25 percelen met bloemkool en broccoli. De koolgalmuggen worden gelokt met een feromoon en gevangen met een plakplaat. Deze plakplaat wordt drie maal per week op gehaald en beoordeeld door deskundigen van Vertify en ‘de Groene Vlieg’. Na beoordeling volgt een mail met de aantallen koolgalmuggen per val op dat moment. Alle deelnemers zijn de aantallen van alle vallen.
Druk per perceel
De intensieve monitoring heeft tot nu toe al wat lessen opgeleverd. Met name de verschillen van de koolgalmuggen tussen de percelen is nieuw inzicht. De veronderstelling uit het verleden waarbij de start van de vlucht aanwezigheid bij iedereen zou betekenen, blijkt niet correct. Ieder perceel kent zijn eigen druk. Inzicht in de druk per perceel is noodzakelijk voor een effectieve bestrijding met de contactmiddelen die nu beschikbaar zijn.
Real time
De intensieve monitoring is geen op zichzelf staand beheerssysteem. Deze manier van monitoring is de basis voor verdere ontwikkeling naar signalering met sensoren en digitale analyse. Het insectenmonitoringsysteem van de toekomst zal daardoor op ieder moment de echte informatie beschikbaar maken. Real time monitoring van in dit geval de koolgalmug vraagt nog wel wat stappen.
AI
Parallel aan de huidige monitoring wordt gezocht naar sensortechniek die de muggen in het veld signaleert zonder vallen op te halen. Daarnaast worden de plakplaatjes die nu worden gebruikt verzameld om als basis te dienen voor herkenning door sensoren en analyseren met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) van de koolgalmuggen op de vallen.
Intensieve koolgalmugmonitoring creert inzicht in de verspreiding en legt de basis voor een vergaand autonome systeem van real time monitoring.
Koolgalmug Contarinia nasturtii
De koolgalmug (Contarinia nasturtii) is een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae). Deze bijna 2 mm lange galmug leeft maar een paar dagen en legt eieren op de stelen of in de holten van de hartbladeren van planten uit de familie van de kruisbloemigen. De larven tasten het bladweefsel en de groeipunt aan. Door deze aantasting ontstaat draaihartigheid. Ook onkruiden behorende tot de kruisbloemigen, zoals herderstasje, witte krodde, kruidkers en gewoon barbarakruid worden door de koolgalmug bezocht.
Levenscyclus
De koolgalmuggen worden doorgaans in mei-juni gesignaleerd, wanneer deze na overwintering in de grond, uit de poppen komen. Aangezien de levensduur van de koolgalmuggen kort is (3-5 dagen), zoeken ze zo snel mogelijk naar een partner om te paren. Na het paren leggen de vrouwtjes elk wel zo’n 100 eieren in clusters van 2-50 eieren bij de hartjes van de planten. De eieren zijn klein en doorzichtig en komen na 1-6 dagen uit. Uit deze eieren komen larven van ca. 2 mm lang, die zich voeden aan de basis van de hartbladeren. De levenscyclus van de koolgalmug is 24-31 dagen, afhankelijk van het weer. Bij stil en warm weer is de koolgalmug het actiefst. Onder de 15 °C is de koolgalmug weinig actief. Aangezien de koolgalmug van mei- tot eind september actief is, kan gerekend worden op 3-5 generaties per jaar. De laatste generatie larven overwintert in een ingesponnen coconnetje in de grond en verpopt daarin.