Afgelopen jaar hebben de leden van de peenacademie de bemestingsgegevens verzameld. Deze zijn in de loop van de winter geanalyseerd door Niek Vedelaar van Delphy. De reden van het verzamelen was de constatering dat o.a. de N-giften per teler sterk van elkaar afwijken. De verklaring lag niet in het verschil in grondsoort of organische stof. Duidelijk aanwijsbare verschillen waren er niet. Reden genoeg om specialisten van de bemestingslaboratoria te vragen om een toelichting.

Opneembaarheid

De verzameling van de bemestingsgegevens is gekoppeld aan een plantsap analyse van de peen behorende bij het perceel van de genomen monsters. De plantsap analyse is uitgevoerd door Fertilab uit Dronten. Op de verdiepingsbijeenkomst over de bemestingsgegevens was Peter Speek van Fertilab aanwezig om enige toelichting te geven over de monsters en de analysemethodes van Fertilab. Belangrijk uitgangspunt bij Fertilab is niet het meten van de aanwezigheid maar van de beschikbaarheid van de elementen. Daarvoor maakt Fertilab ze gebruik van Fertilyse onderzoek dat gebaseerd is op een combinatie van een aantal analysemethodes waaronder Spurway en de Albrecht methode. Met deze analysemethodes wordt de opneembaarheid van elementen in het bodemvocht bepaalt.

Plantsap

De plantsap analyse die is gebruikt voor de analyse van de peenmonsters, toont de activiteit van de plant. Het droge stof percentage in de plantsapanalyse geeft een beeld van de gewastoestand. De sapstromen zijn sterk afhankelijk van het moment van de dag en van het plantstadium. Speek benadrukt dat de plantsap analyse een aanvulling is op de bodemanalyse. De bodemanalyse geeft de beschikbaarheid aan en de plantsap analyse geeft de activiteit van de plant aan op een bepaald moment.Bemestingsadvies
Op basis van eerdere berichten o.a. in ‘v/d Grond’ over het al dan niet aanwezig zijn van een bemestingsadvies voor peen, reageerde Joke de Geus van Groen Agro Control. De Geus wees de leden van de academie op de aanwezigheid van de bemesting advies basis (BAB). Van oorsprong een bemestingsboek, inmiddels gedigitaliseerd, geeft de bemesting advies basis de bemestingsadviezen voor akkerbouw en vollegrondsgroente gewassen weer op basis van uitgevoerd bemestingsonderzoek. Jaarlijks worden de advies geactualiseerd met de gegevens uit onderzoeksprojecten. Gegeven is dat specifiek bemestingsonderzoek met de nodige herhalingen voor de meeste gewassen niet wordt uitgevoerd. Dat betekent dat al het bodemonderzoek waar een bemestingsaspect in zit wordt besproken in de bemestingsadviescommissie. Deze commissie wordt bezet door een combinatie van wetenschappers, adviseurs en gebruikers. In geval van consensus in deze commissie wordt een bemestingsadvies geactualiseerd. Voor peen is het bemestingsadvies al jaren niet geactualiseerd. Er gebeurt immers nauwelijks onderzoek naar bodem en bemesting waar peen onderdeel van is. Vandaar dat wellicht de praktijkervaring niet overeenkomst met de bemestingsadviezen. Geconcludeerd werd dat de behoefte voor zavel en klei niet met elkaar te vergelijken is.
De Geus onderstreepte dat Groen Agro Control gebruik maakt van analysemethodes die wetenschappelijk onderbouwd zijn en geacccordeerd door de bemestingsadviescommissie.

Klei humus complex
Belangrijk onderdeel waar bij stil werd gestaan is het klei humus complex. ​Het klei humus complex of de CEC (Cation Exchange Capacity) is een maat voor het vermogen van de bodem om nutriënten en water vast te houden en die gedurende het seizoen na te leveren. Klei-(lutum)deeltjes en humusdeeltjes hebben een negatieve lading, waardoor zij positief geladen nutriënten, zoals kalium (K), magnesium (Mg), calcium (Ca), ammonium (NH4) en natrium (Na) aantrekken en adsorberen Door de adsorptie zijn de nutriënten beter beschermd tegen uitspoeling. De geadsorbeerde nutriënten vormen een reserve die beschikbaar is voor het gewas. Bij een hoge CEC is de bindings- en nalevercapaciteit groter dan bij een lage CEC. 

Kleigronden hebben over het algemeen een hogere CEC doordat de kleideeltjes veel bindingsplaatsen hebben. Bij zandgronden wordt de CEC voor het overgrote deel gevormd door organische stof. De lading en daarmee de bindingscapaciteit van de lutumdeeltjes is pH-afhankelijk: de bindingscapaciteit neemt toe met een hogere pH. De lutumdeeltjes komen dan netter in het gelid te staan waardoor er meer ruimte komt tussen de deeltjes.Dataset
De discussie in de bijeenkomst leidde tot speerpunten voor komend jaar. Daarbij onderstrepen de leden van de peenacademie het belang van een uitgebreide dataset die wellicht de basis kan zijn voor actualisering van het bemestingsadvies. Intensieve monitoring van de droge stof door middel van plantsap analyses van de bewaarpartijen gekoppeld aan de waarnemingen en metingen in het veld gaan plaats vinden. In het groeiseizoen wordt een demoproef opgezet op een regulier peenveld met verschillende stikstoftrappen. Gepoogd wordt om dit op verschillende grondsoorten uit te voeren. Metingen van droge stof op verschillende oogsttijdstippen kan iets zeggen over de bewaarbaarheid. Die opzet gaat ook gemaakt worden.

Energie
Een aanvullend thema voor 2020 die niet met bemesting te maken heeft is de meting van opkomst en wegval bij grote instralling. De suggestie van de leden van de peenacademie is dat instraling van invloed is op de wegval. Een ander al eerder aangestipt thema is het bepalen van de kiemenergie in het zaad. Ook daarvan is de suggestie dat die per partij sterk verschilt.De peenacademie is opgezet om uit te wisselen en samen wijzer te worden. Het speerpunt bemesting dat in 2019 gekozen is, blijkt daar perfect bij aan te sluiten. Grote verschillen tussen telers in bemestingsgiften zonder verklaarbare opbrengstverschillen zorgen voor een vraag. Het gebrek aan een goede motivatie voor de verschillen leidt tot vragen, nieuwe inzichten en nieuwe demovoorstellen.

Fertilab
Fertilab is een relatief nieuwe laboratorium laboratorium voor agrarische analyses in Flevoland. De kracht van Fertilab zit in de gedegen methodes en in de flexibiliteit. Door het laboratium juist in Dronten te starten voegt Fertilab ook korte aanvoertijden toe aan de flexibiliteit. 
www.fertilab.nl.

Groen Agro Control
Groen Agro Control is in de bedekte teelt bekend als praktisch laboratorium midden in het Westland dat flexibel en snel adequate laboratorium analyses levert waarbij regelmatig zaken worden onderzocht waar telers en adviseurs geen raad mee weten. Groen Agro Control heeft met regelmaat oorzaken van plantenziektes aangetoond die andere partijen niet kon signaleren. Sinds enige jaren is door o.a. de overname van Eijkpunt ook de open teelt een belangrijke sector binnen Groen Agro Control.
 

Deel dit bericht