Met het systeem van Orius majusculus, uitgezet in Lobularia Maritima (zilverschildzaad), is er een sterk natuurlijk alternatief gekomen voor beheersing van trips in prei. In 2024 werd al 80 hectare in praktijk beheerst met minimale inzet van chemische middelen tegen trips.
Trips
Trips is zorgpunt nummer één bij diverse teelten als ui en prei. De insecten geven de teler diverse uitdagingen in de beheersing. Zo zitten deze diep in de schachten waardoor contactmiddelen moeilijk bij de tripsen komen. Kennen de insecten een korte levenscyclus (1,5-4 weken), met name onder droge en warme omstandigheden en is schade vaak later zichtbaar. Ook de beschikbaarheid van effectieve gewasbeschermingsmiddelen is beperkt en zal naar de toekomst toe alleen maar minder worden.
Geïntegreerd
Volgens de ‘boekjes’ van gewasbescherming dient er geïntegreerd gewerkt te worden. Rassenkeuze, perceelkeuze, grondbewerking en inzet van natuurlijke vijanden zijn maatregelen die men moet gebruiken. In praktijk is dat niet altijd even makkelijk. Rassen zijn niet voor alle segmenten van afzet of teelt geschikt, percelen en grondbewerking kennen zo hun beperkingen en natuurlijke vijanden in de buitenteelten is al helemaal niet denkbaar. Die overleven niet en/of verdwijnen te snel. Althans, dat was jarenlang de strekking. Daar is nu verandering in gekomen.
Systeem
“Het is een systeem”, zo vertelt Stefan van Hugten, verkoopleider Mertens-groep, wanneer het gaat over de aanpak van trips op biologische wijze. Natuurlijke vijanden moeten een schuilplaats hebben en voeding voor als er geen tripsen zijn. Dat moet wel in een balans zijn, want anders gaan de natuurlijke vijanden niet naar de tripsen. “Daar hebben we na verschillende proeven in praktijk nu een goede weg in gevonden” geeft Stefan aan.
Natuurlijke vijand
Het begint bij de ‘waardplant’ voor de natuurlijke vijand. Hier wordt Lobularia Maritima, ook wel ‘zilverschildzaad’ genoemd, voor gebruikt. Het is een eenjarige plant die in de praktijk tot ongeveer 30-40 cm groot wordt met een dichte vertakking en kleine bloemen. De plant bloeit het gehele seizoen en produceert daarmee ook het hele seizoen stuifmeel. De dichte vertakking (schuilplaats) en het feit van een seizoen lang bloemen, maken de plant geschikt als waardplant voor de natuurlijke vijanden. Belangrijk gegeven daarbij is dat Orius majusculus, de natuurlijke vijand geleverd door Koppert, kan leven van trips maar ook van stuifmeel.
Plantdichtheid
“Wij hebben in de praktijk verschillende proeven gedaan met de plantdichtheid, zaaien vs. planten en de rijafstand” zo vervolgt Stefan. “We zijn begonnen met de Lobularia uit te zaaien op bedden tussen de prei”. Dat bleek lastig. Het zaad is fijn waardoor de verdeling moeilijk is, onkruiden zijn in het begin lastiger en het vraagt wat praktische aanpassing van de teler bij de aanleg. In de opzet is men dan ook snel over gegaan op ‘trayplanten’. Dit heeft verschillende voordelen. De plant is sterker bij aanplant en kan veelal met dezelfde machine geplant worden als de prei. “Eén medewerker plant in zijn werkgang dan in plaats van prei de Lobularia. Daardoor hoeft hij niet ‘werkloos’ toe te zien, maar kan gewoon doorplanten”. “Het systeem werkt ook bij ponsgaten, maar vanwege de diepe gaten, sluit het plantje wel minder goed aan als bij een plantmachine” voegt Stefan toe.
In het huidige systeem wordt om de 16 meter een rij met Lobularia Maritima aangeplant. Er zijn ook enkele telers die 19 meter aanhouden. Komend jaar gaat Mertens proeven aanleggen met een afstand van 30 tot 33 meter om daar ervaring mee op te doen. De plantafstand in de rij bedraagt 3 tot 4 planten per strekkende meter wat bij 16 meter rijafstand neerkomt op 2.500 planten per hectare.
Emigreren

Met deze manier van aanleggen zijn goede ervaringen op gedaan, onder meer op het emigreren van de roofwants naar de prei. “Toen we begonnen met het zaaien van lobularia op bedden, merkten we al snel dat we te véél Lobularia hadden staan. De Orius emigreerde daardoor minder naar de prei vanwege de
hoeveelheid aan stuifmeel” zo vertelt Stefan. Het huidige systeem is nu meermaals in goede balans gebleken. De roofwantsen vinden zowel terug in de lobularia als in de prei. We zien volop vermeerdering van de roofwantsen en vinden ook andere natuurlijke vijanden als rooftripsen, zweefvliegen en gaasvliegen.
Het uitzetten van de Orius begint circa 3 weken na het planten. Dit wordt veelal twee keer gedaan om te zorgen dat er voldoende populatie opbouw ontstaat. In totaal worden er 20.000 roofwantsen uitgezet per hectare wat neer komt op twee roofwantsen per vierkante meter. Deze worden geconcentreerd uitgezet op de stroken met Lobularia Maritima.
Succesvol
Dat de methode succesvol is blijkt wel uit de praktijk. In 2024 werd er door telers op ruim 80 hectare gewerkt met dit systeem. Een verdubbeling ten opzichte van 2023. “Daar zien we ook dat we sterk terug kunnen met de bespuitingen. Vaak maar één, soms twee, bespuitingen per teelt’. En in een aantal gevallen zelfs naar nul bespuitingen.

Het systeem is dus interessant, met name voor de late zomer – vroege winter. Dit is meestal ook de lastigste periode om trips te beheersen vanwege de hoge druk in die periode. Orius vermeerdert zich tot ongeveer eind augustus-begin september. Daarna veelal minder vanwege de kortere daglengte. Trips gaat nog langer door. Het is belangrijk om met name in die periode alert te zijn of er nog een correctiebespuiting nodig is. “Afgelopen jaar hebben we het systeem gebruikt in gevoelige rassen, met oogst in oktober. Op dat perceel hebben we niet chemisch ingegrepen en is nog steeds klasse één prei geoogst” vult Stefan aan.
Regels
Met de inzet van het systeem komen natuurlijk wel ‘regels’ kijken. Als eerste dient men rekening te houden met de neveneffecten van gewasbeschermingsmiddelen. Zo kan een Orius niet tegen insecticiden als Decis en Karate. Neudosan is geen probleem en mocht het uit de hand lopen kan eventueel Tracer worden ingezet. Tracer heeft niet de voorkeur omdat met name de nimfen van orius ook worden aangetast maar kan wel worden ingezet als correctie. Bij toepassing worden bij voorkeur de lobularia stroken niet mee gespoten zodat de natuurlijke vijanden zich sneller herstellen. Het is altijd raadzaam om voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen de neveneffectenapp van Koppert te raadplegen om na te gaan wat het effect is op de natuurlijke vijanden.
De Lobularia kan redelijk tegen herbiciden, maar elke bespuiting geeft groeiremming. Boxer kan hij echter slecht tegen. Bij de inzet van herbiciden dient dus gekeken te worden naar type middelen of de teler zorgt ervoor dat de doppen boven de Lobularia dicht staan. Ten tweede is planning zeer belangrijk. Na uitlevering van de roofwantsen dienen deze binnen 1-2 dagen worden uitgezet Een goede communicatie tussen teler en toeleverancier, zoals Mertens, is dan ook van belang. Het uitzetten van de Orius kan vervolgens met de hand, maar praktischer is met een specifieke strooier, zoals die van loonbedrijf Hermans in Maasbree. Eenmaal uitgezet, is wekelijks scouten noodzakelijk om de populatie ontwikkeling van de Orius alsook de trips te monitoren.
Het systeem Lobularia – Orius is praktijkrijp en kan betrouwbaar worden ingezet. Naar verwachting zal het areaal in 2025 dan ook nog verder uitbreiden. De ontwikkelingen gaan alleen maar verder waardoor het systeem verder wordt geoptimaliseerd.
* Voor meer informatie over het effect van gewasbeschermingsmiddelen op natuurlijke vijanden, kan men kijken op de neveneffectenapp van Koppert