Het teeltsysteem van vollegrondsgroente bestaat uit een aantal bouwstenen. Deze bouwstenen hebben een afhankelijkheid van elkaar en beïnvloeden elkaar. Vanuit deze insteek heeft de expertgroep bladgewassen aandachtspunten geformuleerd voor de teelt van 2026. En aandachtspunten zijn er.

Rassen

De eerste bouwsteen is de inzet zijn de rassen. Voor ijsbergsla zijn er inmiddels resistente rassen die ook resistent zijn tegen de doorbraakluizen van Nas0. Om de werking van de resistentie voor lange tijd in de benen te houden is een specifiek gebruik wel noodzakelijk. Resistente rassen moeten niet tussen niet resistente rassen worden geplant. Dan trekken insecteh toch het slaveld in met de kans dat er een luis wel aan de resistente rassen kan knagen. Resistente rassen moeten in een blok geplant worden met in ieder geval een bufferstrook tussen niet en wel resistente rassen. Ook een omgevingsanalyse is van groot belang.

Opkweek

Een volgende bouwsteen is de opkweek. Een vitale kiemplant bij voorkeur beschermt tegen ziekten en plagen helpt voor een vlotte weggroei en zorgt in geval van behandelde planten voor een bescherming gedurende de eerste veldperiode. Er lopen een aantal trajecten voor een toelating van bescherming op de perskluit.

Natuurlijke vijanden

In de veldperiode zijn twee bouwstenen van belang. De inzet van natuurlijke vijanden in de vorm van bijvoorbeeld gaasvliegen is mogelijk maar vraagt wel een juiste inzet met de goede apparatuur met bij voorkeur ook de inzet van de bankerplanten lobularia. De inzet van natuurlijke vijanden is niet te combineren met de inzet van pyrethroiden.

Maatregelen

De vierde bouwsteen is een combinatie van maatregelen. De inzet van de beschikbare middelen moeten in een goed schema worden geplaatst. Ook het gebruik van klimaatdoek om de insecten af te weren is een maatregel. In het beheerschema zitten ongetwijfeld middelen die het moeten hebben van een raak effect. Veelal is veel water nodig om deze middelen effectief te laten zijn en is het moment van de dag dat deze moeten worden toegediend van groot belang. De insecten moeten wel in het veld zitten.

Warboel

Belangrijke ondersteuning is monitoring en kennis. Voor monitoring van insecten zijn in de akkerbouw en bollenteelt een aantal systemen ontwikkeld. Deze monitoringssystemen zullen aangepast moeten worden aan de insecten en de vollegrondsgroenteteelt. Kennis over de levenscyclus van de insecten is noodzakelijk. De evolutionaire warboel die sommige insecten heeft doorgemaakt maakt dat bijvoorbeeld de luis zonder geslachtelijke voortplanting zichzelf kan klonen. De kennis over de ideale omstandigheden en dus ook over de omstandigheden waarin insecten zich niet prettig voelen is deels beschikbaar maar er zijn nog veel witte vlekken.

Met de insteek van bouwstenen voor een toekomstbestendige teelt, wordt duidelijk dat de inspanning voor plaagbeheersing niet alleen in de veldperioden kan liggen. Juist de combinatie van de bouwstenen zorgt voor een evenwichtige teelt. De beheersing van de bouwstenen ligt niet alleen bij de teler. Alleen bij het juiste inzet van de bouwstenen zal een bouwwerk ontstaan dat de basis is voor een vollegrondsgroente met beheersbare risico’s en de best mogelijke kwaliteitsspecificaties.

Deel dit bericht