De bossages om het ijsbergslaveld zijn onderwerp van discussie tijdens de rondgang in de VGO pilot bij Pater Broersen. Zeger van Herwijnen, entomoloog bij Rijk Zwaan laat de experts in de pilot zien wat er in de bossages groeit. Naast bomen en struiken voor de nodige beschutting, wijst hij op een combinatie van kruiden en grasachtigen die huisvesting bieden aan een breed scala aan insecten. En concludeert hij, daar zitten ook ruim vijanden tussen van de slaluizen.
Monitoring
De VGO pilot bij Pater Broersen richt zich op de teelt van ijsbergsla waarbij een intensieve monitoring van luizen ondersteunt door Agrifirm en Cropconsult inzicht geeft in de aanwezigheid van luizen en het verloop van de luizendruk. Naast monitoring van luizen worden ook de natuurlijke vijanden gemonitord. En dat is waar Van Herwijnen zijn expertise voor inzet. Zijn kijk op de omgeving, zorgt voor discussie over interactie van de teelt met de omgeving. Huisvesten van insecten en natuurlijke vijanden in kruidenrijke bossages kunnen een basis zijn voor de beheersing van de luizendruk. Het is dan wel zaak om de percelen dusdanig in te richten dat deze natuurlijke vijanden naar het perceel trekken.
Mobiele biotoop
Experimenteren met een mobiele biotoop is onderdeel van de VGO pilot bij Pater Broersen. Een mobiele biotoop is een soort koolbox met een tuintje van diverse kruiden en bloemen. Deze begroeiing is zodanig samengesteld dat de natuurlijke vijanden in deze biotoop goede huisvesting vinden. Door deze biotoop mobiel te maken, is het mogelijk om bij de start van een nieuwe teelt al te zorgen voor een basisaanwezigheid van natuurlijke vijanden. De biotoop kan dusdanig worden neergezet dat deze in de wegvliegroute van insecten uit bossages staat.
Sloot
Op zeker moment duikt Van Herwijnen op zijn knieën aan de rand van de sloot en bestudeert het waterleven en de begroeiing van de slootkant. “Dit water is heel helder” concludeert hij en dat leidt tot een discussie over de functionaliteit van water als voedselbron voor insecten.
De VGO pilots zijn opgezet met experts zoals Van Herwijnen. Maar randvoorwaarde voor deelname als expert is geen exclusiviteit. Naast Rijk Zwaan is ook een specialist van Bejo actief in de pilots. Ook specialisten van Cropconsult en Koppert zijn onderdeel van de expertgroep bij Pater Broersen.
De opzet van Groente vergroenen zorgt voor intensieve focus op praktijkexperimenten. De expertgroep komt tweewekelijks bij elkaar en volgt de experimenten. De diversiteit van de expertgroeps zorgen voor sterke inhoudelijke discussies. Deze aanpak versterkt de experimenten van vollegrondsgroentetelers. Op de teeltbedrijven wordt veel geexperimenteerd. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat de experimenten vaak verdwijnen in de hectiek van de dag. De aanpak van Groente vergroenen zorgt voor structuur waardoor er meer zekerheid is op resultaat.
VGO pilots Groente vergroenen
Praktijk en fundamenteel onderzoek
De rondgang is onderdeel van een van de vier praktijkpilots die dit jaar zijn gestart vanuit de VollegrondsGroente Organisatie (VGO). Praktijkpilots zijn onderdeel van het kennissysteem in de vollegrondsgroentesector. De basis van nieuwe kennis licht bij onderzoek. Met name de laatste 7 a 8 jaar hebben de diverse gewasgroepen ruim geïnvesteerd in praktijkonderzoek. Praktijkonderzoek om tot korte en middellange termijn oplossingen te komen voor beheersing van ziekten en plagen. Praktijkonderzoek is één van de onderdelen in het kennissysteem. Fundamenteel onderzoek naar systemen en werkingsprincipes van plantengroei en interactie met de bodem worden uitgevoerd met een lange termijnfocus in fundamenteel onderzoek. Onderzoek naar teeltsystemen en bedrijfssystemen horen ook bij fundamenteel onderzoek. Fundamenteel onderzoek is onderdeel van de vaste financiering van de ministeries naar WUR. Ook partijen als Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert fundamenteel onderzoek.
Praktijktoetsing
De uitvoering in de praktijk en het leren van eigen handelen is essentieel onderdeel van het kennissysteem. Hier ontstaat nieuwe kennis en ontstaan nieuwe vragen. Met de VGO pilots wordt structuur gebracht in het vierde onderdeel van het kennissysteem: toetsing op semi-praktijkschaal. Dit is geen onderzoek maar zijn praktijkexperimenten waarin resultaten uit praktijkonderzoek en ervaring uit de praktijk worden getoetst op semi-praktijkschaal. De begrippen fieldlabs, experimenteerlocatie en demobedrijf vullen dit onderdeel in van het kennissysteem. De VGO pilots zijn onderdeel van het praktijkprogramma Groente Vergroenen. Dit praktijkprogramma vult precies het experimenteer deel in van het kennissysteem. Er zijn VGO pilots in sla, bloemkool, broccoli en spruiten. Voor 2027 zijn er nieuwe pilots mogelijk.

