We hebben een heel ingewikkeld systeem gemaakt dat zichzelf in stand houdt. Dat is de conclusie na afloop van de relatie dag van het CTGB afgelopen maart. De relatie dag is een mooie gelegenheid om het netwerk don de CTGB te leren kennen. Een enorm divers netwerk met specialisten en inhoudsdeskundigen, met mensen die zich zorgen maken en zich willen informeren, en van activisten met een enkelvoudige boodschap. Het welkom van de relaties bij de ingang van het congrescentrum door PAN is een voorbeeld van de laatste groep. Naast de diversiteit van het netwerk dat zowel politiek als bedrijfsleven vertegenwoordigt, is ook de complexiteit van het netwerk te ervaren. De complexiteit is er van Brusselse richtlijnen en verordeningen en van aanvullende wensen die de lidstaten stellen t.a.v. toelatingen.

Deskundig

De relatie dag schetst de positie van het CTGB. Het CTGB is als ZBO verantwoordelijk voor toetsing van de middelen aan de EU en Nederlandse wetgeving. En die toetsing gebeurt aan de hand van een set risicobeoordelingen en werkingsprincipes. De toetsingscriteria zijn groot en dat vraagt ook een grote deskundigheid bij het CTGB. En die deskundigheid is er. Tegelijkertijd leidt de grote set aan toetsingscriteria tot een enorme capaciteitsdruk op die deskundigen en dat leidt onherroepelijk tot een lange doorlooptijd. 

Ad hoc

Daar is mee te plannen ware het niet dat juist de deskundigheid van het CTGB leidt tot een grote set aan aanvullende vragen die voorbijgaan aan de primaire taak: het toetsen voor toelatingen. Vragen vanuit de politiek over risico’s van een middel, een gebruikswijze of het effect van een bepaalde chemische groep stoffen worden bij chemische deskundigen weggelegd. En die zitten bij het CTGB. En juist deze ad hoc vragen leggen een grote druk op het CTGB. Daarbij komt dat beoordelingskaders steeds strenger worden en dat de onzekerheidsmarges voor uitspraken vaak politiek worden gebruikt. Dit speelveld maakt dat de rol van het CTGB als uitvoerder niet alleen onder druk staat maar ook moeilijker tot heldere uitspraken kan komen. 

Oorspronkelijke taak

Er is veel voor te zeggen om de oorspronkelijke taak van het CTGB daar te laten. Dus toetsing aan wettelijke kaders. Aanvullende vragen zouden bij onderzoeksinstellingen of universiteiten moeten worden weggelegd. Als het CTGB zijn oorspronkelijke taak uitvoert dan worden doorlooptijden doorzichtig en wordt ook helder in hoeverre de toelatingshouders deugdelijke dossiers aanleveren. 

Financiering

De positie van de CTGB als ZBO betekent e.e.a. voor de financiering van het orgaan. Een ZBO moet zichzelf in de benen houden en acteert als monopolistische staatsorgaan. De kosten voor toelatingen worden betaald door de toelatingshouders. De aanvullende opdrachten worden gefinancierd uit de staatskas. Dit financieringsmodel kan invloed hebben op prioriteiten. Deze financieringsconstructie heeft in ieder geval effect op de mate waarin toelatingshouders gebruik maken van het CTGB. 

Kwaliteit

Omringende landen toetsen toelatingen door afdelingen van het ministerie. En de kosten voor toetsing zijn maar deels voor rekening van de toelatingshouders. Dat roept de vraag op waarom toelatingshouders gebruik zouden maken van het CTGB. Immers het duurt lang, is ingewikkeld en enorm duur. Een toelating in Duitsland of België kan via de EU route van  wederzijdse erkenning altijd nog naar Nederland worden doorgetrokken. Toch is er een reden om juist wel voor het CTGB te kiezen, namelijk de kwaliteit. Een CTGB-toets is een kwaliteitstoets. Als het CTGB een beoordeling heeft gedaan dan hoeft het ergens anders niet over te worden gedaan. De toetsing in Nederland is wetenschappelijk verantwoord en deugdelijk. Het CTGB is daarmee een soort kwaliteitsborging voor nieuwe toelatingen. 

Sneller

De omgeving van het CTGB in Europa en Nederland beseffen maar al te zeer dat snellere afhandeling noodzakelijk is. De ‘Simplification Omnibus’ wetgeving beoogt juist een simpeler beoordelingscriterium. Ook de ‘groene loper’ die het ministerie van landbouw in Nederland binnen het CTGB heeft uitgetrokken voor snelle groene toepassingen is een signaal dat de overheden de traagheid van de beoordeling herkennen. Echter blijkt de werkelijkheid ook weerbarstig. Een systeem bouwen gaat gestaag maar om een systeem heen lopen door ‘simpele’ procedures of ‘groene lopers’ blijkt ondanks alle goede wil ontzettend moeilijk te realiseren. Immers afspraken en procedures zijn er niet voor niets waarom zouden we die dan willen ontwijken en bij het bewandelen van de ‘groene loper’ blijkt er toch een vraag op te komen die via de oude procedures moet worden afgehandeld.

Een lastig dilemma. De kwaliteit en de wetenschappelijke borging van het CTGB heeft grote waarde voor Nederland als aansprekend land- en tuinbouw voorbeeld. Toch vraagt de maatschappij om versimpeling. Uit de relatie dag blijkt vooral dat versimpeling op deelprocessen niet logischerwijs leidt tot versnelling. Een radicale heroriëntatie van taken en uitvoering moet plaatsvinden om de wens tot snelheid echt te kunnen invullen. 

Deel dit bericht